Stofbindingen en patronen

934 keer bekeken  maandag 30 maart 2020

Onder bindingen wordt verstaan hoe draden in een textiel product door elkaar zijn gehaald. Breisels, weefsels of vlechtsel.

Weefsels

Weefsels bestaan uit kettingdraden (lengterichting) en inslagdraden (breedterichting). De weverij kent 3 grondbindingen. Alles andere bindingen zijn afgeleid van deze grondbindingen.

  Plat- of effenbinding

Ketting en inslag liggen om en om over elkaar heen. De kettingdraad gaat over de inslagdraad heen en dan weer onder de inslagdraad door. Dat herhaalt zich steeds weer. De volgende kettingdraad doet dit in spiegelbeeld van de draad daarvoor.

   Keperbinding

Bij deze binding is het kenmerk de schuine lijn in het weefsel. Bij deze binding gaat de kettingdraad gaat over 1 inslagdraad heen en onder 2 inslagdraden door. De volgende kettingdraad gaat 1 inslagdraad verder erover heen en eronder door.

    Satijnbinding

Deze binding heeft geen kenmerkende lijn in het weefsel. Dit komt doordat de bindingspunten elkaar niet raken. Deze binding wordt daarom heel veel gebruikt bij jacquard- en damastweven.

Breisels

Bij breisels worden draden in golven gelegd en dan door elkaar. Bij deze bindingen lopen de inslagdraden in de breedte en de kettingdraden in de lengte. De breierij kent ook 3 grondbindingen.

     Rechts - links breisel

Bij deze grondbeginsel zie je aan de ene kant van het breisel  allemaal v-tjes zien (rechts). Aan de andere kant zie je allemaal boogjes (links).

     Rechts - rechts breisel

Dit breisel laat aan beide kanten v-tjes zien. Dit type wordt ook wel ribbreisel genoemd en is erg elastisch.

     Links – links breisel

Bij deze binding zie je aan beide kanten allemaal boogjes. Deze binding wordt weinig gebruikt.

Vlechtsels

Dit zijn stoffen die bestaan uit draden die diagonaal verlopen en dan met elkaar vervlocht


Vond je het nuttig?
WhatsApp
Bestelhulp